![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Met dank aan dansgroep Dattah
|
ARTIKEL HOE KUN JE ALS MANAGER JE TEAM LATEN OPBLOEIEN? In de wereld om ons heen gaat alles steeds sneller. Alles wordt complexer. Eisende opdrachtgevers, snel veranderende omstandigheden, e-mails, telefoontjes en deadlines eisen alle aandacht op. Managers hebben hun hoofd vol strategie en komen vaak niet toe aan hun basisdoelstellingen zoals doelen bepalen, de weg erheen wijzen en mensen helpen die doelen te bereiken. Medewerkers zijn vaak gestresst omdat zij het overzicht missen en toch goed willen presteren. Zij reageren adhoc op alles wat er om hen heen gebeurt. Hun energie ‘lekt weg’ en gevoelens van teleurstelling nemen toe. Vraag: Wat kun je als manager doen om binnen deze dynamiek toch voor rust en harmonie te zorgen zodat medewerkers tot hun recht komen en opbloeien? Antwoord: Door mensen te geven wat zij nodig hebben door middel van de volgende universele basisprincipes*: 1. De balans tussen geven en nemen moet kloppen. Deze balans is in evenwicht wanneer salariëring in orde is en het werkklimaat goed is. Medewerkers werken vaak hard en ‘geven’ veel aan hun bedrijf. Het is belangrijk dat die extra inspanningen gezien en gewaardeerd worden. Anders raken mensen uitgeput en teleurgesteld. Een oprecht complimentje op zijn tijd, een bos bloemen op het bureau of een belangstellend SMS-je na een belangrijke gebeurtenis doen wonderen. 2. Iedereen wil er bij horen. Een andere universele behoefte is dat mensen opgenomen willen worden in de groep waar zij deel van uitmaken. De manier waaróp verschilt voor iedereen. Velen willen hun gevoel van vrijheid en autonomie behouden maar tegelijkertijd ook deel uitmaken van een groter geheel. Als manager is het belangrijk om medewerkers te laten weten dat je hen respecteert en hun aanwezigheid waardeert. 3. Rangorde is belangrijk. Voor ‘oudgedienden’ is het belangrijk dat zij gerespecteerd worden om hun historie en ervaring. Junior-medewerkers moeten junior mogen zijn. Zij moeten de tijd krijgen om zich aan te passen aan de bedrijfscultuur, hun taken en het team. Managers moeten ook daadwerkelijk leiding geven en als leider gezien worden. Niet door autoritair op te treden maar door aan te sluiten bij de behoeften van medewerkers. 4. Iedereen wil zijn specifieke bijdrage kunnen leveren. Een ander oerprincipe is dat ieder mens zinvol bezig wil zijn. Als manager van een team doe je er verstandig aan om te weten wat ieders specifieke talenten en drijfveren zijn, zodat je die kunt inzetten. Medewerkers voelen zich daardoor serieus genomen, kunnen zich ontwikkelen en talent wordt binnenboord gehouden. Alleen al je intentie om specifieke kwaliteiten in te zetten worden gewaardeerd door de ander. 5. Fouten zijn niet te wijten aan één persoon. Een fout is meestal niet te wijten aan één persoon maar aan een systeem als geheel. Bij fouten is het raadzaam om uit te zoeken waar het tussen mensen is misgelopen en maatregelen treffen om herhaling te voorkomen. Het zou mooi zijn wanneer je een sfeer van veiligheid kunt scheppen waarin men fouten mag maken zonder meteen een schuldige aan te wijzen. Voor innovatief en creatief werk is dit zelfs een must. Wanneer niemand risico’s durft te nemen, initiatieven neemt of vooruitstrevend durft te zijn doodt dat elke vorm van creativiteit. * Bron: ‘Organisatieopstellingen’ van Hylke Bonnema.
© 2008 Mariëlle Hendriks |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||